Eindejaarsinterview Dirk Claes


dinsdag, 28 december, 2010
Eindejaarsinterview Dirk Claes

Dirk Claes besluit het jaar 2010 met een terugblik op de nationale en lokale politiek: een bewogen jaar vol vuurwerk!

 

Alsof het een voorbode was van zijn toekomstige politieke carrière, werd Dirk Claes (CD&V) op 18-jarige leeftijd schoolburgemeester van het Montfortcollege in Rotselaar. Acht jaar na deze gebeurtenis richtte hij samen met een paar kameraden de CVP-jongeren in Rotselaar op.

 In 1988 werd hij daar gemeenteraadslid en sinds 1994 gaat Dirk Claes door het leven als burgemeester van Rotselaar. Bij het grote publiek in België is Dirk Claes, als senator en ex-volksvertegenwoordiger, voornamelijk gekend voor zijn uitstekende dossierkennis en  gedreven inzet rond bepaalde thema’s zoals studentenarbeid, politie, verkeersveiligheid, openbaar vervoer, en vooral: de rookvrije horeca.

In Vlaanderen bent u in de eerste plaats bekend als dé man van het algemene rookverbod. Waarom vindt u dat rookverbod zo belangrijk?

Eerst en vooral, sta me toe om te zeggen dat ik ben voor rookvrije horeca. Rookverbod, dat is een term die ik zelf niet graag gebruik. Maar dat wordt helaas in de pers wel altijd zo vertaald. Heel eigenaardig, men spreekt in de media blijkbaar liever over verboden. Maar het gaat eigenlijk niet over een verbod, het gaat over het rookvrij worden van de horeca en dat is meer een positief verhaal.

Ik vind het rookvrij worden van de horeca zo belangrijk omdat passief roken toch ook heel schadelijk is. Dat is onder andere ook gebleken uit een studie op wereldniveau. En ik vind dus dat een roker niet het recht heeft om mensen die niet roken onvrijwillig passief te laten mee roken. Dat is erover, dat kan echt niet. Maar een roker is voor mij evenveel als een niet-roker.

In mijn wetsvoorstellen voorzie ik immers ook maatregelen die het roken toestaan in rookkamers, rooktenten, onder luifels etc. Maar ik ben dus van mening dat als een niet-roker daar in wilt meegaan, dat hij dit moet kunnen doen uit vrije wil. Een café, hoe klein ook, is, net zoals een zaal, een openbare gelegenheid. Dat wil zeggen, iedereen moet daar vrij binnen en buiten kunnen en het kan bijgevolg absoluut niet dat iemand ergens binnenkomt en onmiddellijk geconfronteerd wordt met rook. Dus, rokers mogen van mij roken maar ze moeten dit doen op plaatsen die daar speciaal voor ingericht zijn.

Onlangs vond er in Nederland een versoepeling van het rookverbod plaats. Zolang er geen personeel werkt, mag je daar roken in kleinere cafés. Wat vindt u van deze uitzondering?

Dat is volgens mij een verkeerd signaal. Toen men dat verbod twee jaar geleden had ingevoerd, ben ik in Nederland gaan kijken hoe het daar werd toegepast. Ik stelde toen vast dat er in jongerencafés helemaal geen problemen rond gemaakt werden. Het waren vooral de cafés waar oudere mensen bijeenzaten die er moeilijkheden mee hadden. Die mensen waren toch dikwijls aan het roken op plaatsen waar dat niet mocht. Tja, ouderen kunnen moeilijker van hun gewoontes afraken, zeker?

Maar dus, het is zeker een slecht signaal omdat Europa juist gevraagd heeft om alle openbare gelegenheden tegen 2012 rookvrij te maken. En Nederland zou het nu terug gaan invoeren? In Nederland hebben ze het volgens mij ook niet helemaal correct aangepakt. Ze zijn er in heel die regeling rond het rookvrij worden van de horeca altijd van uitgegaan dat het personeel niet met rook geconfronteerd mag worden.

Maar hier in België is dat niet het hoofditem, wij zijn er altijd van uitgegaan dat passief roken schadelijk is en dus gewoon niet kan. In die zin denk ik dat onze wetgeving beter in elkaar zit dan de Nederlandse. Wij gaan uit van het gezondheidsprincipe tout court, in Nederland gaat men uit van het principe “de werknemer mag niet in een rookomgeving staan”. Dat is het verschil. Ik zie die uitzondering dus echt niet mogelijk in België.

De wetgeving rond het rookvrij worden van de horeca is een van uw vele successen. Zijn er ook minder succesvolle zaken die u in uw politieke carrière graag anders had zien evolueren?

Die zijn er altijd, natuurlijk. Ik ben bijvoorbeeld al ontzettend lang aan het ijveren voor een soepelere regelgeving voor studentenarbeid. Dat is niet te geloven, iedereen is het daar mee eens, maar dat wil dus echt niet lukken. In het begin waren twee ministers, mevrouw Milquet (cdH), als minister van Arbeid, en mevrouw Onkelinx (PS), als minister van Sociale Zaken, tegen mijn voorstel.

 

Die bleven maar vragen en vragen stellen en toen merkte ik echt het verschil in denken over studentenarbeid tussen de Vlaamse en Waalse ministers. In het begin beschouwden de Waalse ministers de jobstudenten als een concurrentie voor de gewone tewerkstelling. Maar wij hebben dan kunnen bewijzen dat dit eigenlijk helemaal niet zo is. Vanaf dan zijn ze beginnen draaien en keren en uiteindelijk zijn ze bijgedraaid.

 Ze zijn nu voor mijn voorstel, maar toch ligt het technisch nog altijd ontzettend moeilijk. De sociale partners liggen overhoop, dat moet in de Nationale Arbeidsraad geregeld worden en dat lukt dus maar niet. En dan denk ik, verdorie, dat hadden we al drie of vier jaar geleden kunnen regelen. Met als gevolg dat het voor studenten nog altijd heel ingewikkeld en onduidelijk is. Het zou echt veel simpeler kunnen zijn.

 Ik geloof zelfs dat er meer inkomsten zouden zijn voor de staat, als die nieuwe, eenvoudigere regeling ingevoerd zou worden. Dan zouden er bijvoorbeeld geen jobstudenten meer in het zwart werken. Het heeft dus alleen maar voordelen. Maar ja, er zijn altijd redenen om iets niet te doen, om iets niet te laten functioneren. Maar ik hoop echt dat het tegen 2011 er toch zeker doorkomt. We geven niet af. (lacht)

 

Belgische politiek

Iets helemaal anders dan. Hoe kijkt u als senator en burgemeester aan tegen de huidige politieke crisis?

 Ja, dat is iets zeer bizar, hè. De verkiezingen zijn al geweest in juni, in juli werden de senaat en de kamer terug samengesteld en toch is er nog steeds geen akkoord en is die regering van lopende zaken er binnenkort al zes maanden. Langs de ene kant doen we het financieel helemaal niet zo slecht. Omdat men in lopende zaken zit, wordt er immers veel minder uitgegeven. We besparen, wat dus echt een voordeel is. Langs de andere kant zijn er noodzakelijke maatregelen die momenteel niet genomen worden en die op termijn het land misschien wel schade kunnen gaan berokkenen.

 Een voorbeeld waar ik zelf mee bezig ben, is de staatsveiligheid. Bij justitie is het volgens de BIM-wet zo dat de staatsveiligheid specifieke en bijzondere inlichtingenmethoden mogen gebruiken, als een commissie is samengesteld die deze methoden controleert. Die commissie moet bijvoorbeeld voorafgaand toelatingen geven om het aftappen van telefoons en dergelijke toe te laten. Maar die commissie geraakt maar niet samengesteld, omdat er ruzie is binnen de huidige regering. De MR wilt bijvoorbeeld niet dat iemand van de PS benoemd wordt etc.

 Daardoor kunnen er op dit moment geen diepgaande onderzoeken gevoerd worden naar mogelijke terroristische aanslagen. Dat zijn toch wel serieuze problemen. We zitten nu met het Europees voorzitterschap en ik vind het echt onverantwoord dat we dat als voorzitter niet kunnen doen.

 Hoe ziet u deze crisis in de toekomst evolueren?

 Tja, wat gaat het worden? Ik hoop dat we er ondanks alles toch nog uitgeraken. Dat we met meneer Vande Lanotte (sp.a) toch een beetje verder geraken en een akkoord bereiken. Want verkiezingen die gaan volgens mij het alleen maar erger maken. Die gaan huidige patstellingen nog meer naar boven doen komen.

 Wat ik bovendien echt erg vind, is dat de Walen drie jaar aan een stuk, van 2007 tot 2010, eigenlijk niet begrepen hadden dat er dringend iets voor de Vlamingen moest veranderen. Dat hebben ze maar niet willen toestaan. Met als gevolg die uitslag in juni die het nu ontzettend moeilijk maakt om goed te besturen in België.

 Welke rol speelt CD&V in heel dit verhaal?

 Op dit moment hebben wij een beperkte rol, hè. Met die uitslag kan dat ook niet anders. We moeten nu proberen, als we mee zouden doen in bepaalde beleidsdomeinen, het verschil te maken en er zo stilletjes aan bovenop te komen. Wij hebben veel ervaring in huis, wij hebben een goede studiedienst, wij hebben echt degelijk politiek personeel, dus daarmee kunnen we het verschil maken.

 Langs de andere kant spelen wij nu niet de eerste, maar de tweede viool. Daar moeten we ons zeker van bewust zijn. De anderen moeten nu maar bewijzen dat ze het kunnen, hè. Ze hebben het drie jaar lang Yves Leterme (CD&V) niet gegund, hem het leven moeilijk gemaakt. Geen enkele partij heeft hem willen helpen. Nu is het aan ons om eens mee aan de zijlijn te gaan staan en te gaan kijken of het nu echt zoveel beter is. Ach, we zullen wel zien.

 

Dus een beetje afwachten, niet haantje de voorste willen zijn en gaan voor een “cool en degelijk bestuur”-imago. Dat is mijn voorstel.

 

 Burgemeester van Rotselaar

 In november ontsnapte Rotselaar nipt aan een gasramp. Hoe bent u als burgemeester voorbereid op een crisis van zulke omvang?

 Goh, dat was toen toch wel schrikken. Ik kwam thuis van de 11 novemberviering met de oud-strijders en ik wist onmiddellijk dat er iets ergs aan de hand was. Ik ben dan gewoon op het geluid af gereden en binnen de vijf minuten was ik ter plaatse.

 Het was vrij snel duidelijk dat er verschillende gemeentebesturen bij betrokken waren en dat dus het provinciaal rampenplan moest worden afgekondigd. Maar onze gemeente heeft ook een algemeen nood- en interventieplan, waar wij zeer lang aan gewerkt hebben en dat bijgevolg zeer degelijk is. En echt ontzettend toevallig, dat plan was pas goedgekeurd in de gemeenteraad van oktober.

 Ja, die dag, het was echt niet eenvoudig. Wij hebben daar twee uur gestaan, midden in het lawaai, en bellen was echt onmogelijk. En de angst zat er toch wel in, hoor. Moest er die dag iets ontploft zijn, wat zou er dan geweest zijn, hè?

 Ik vond het ook heel belangrijk om exact te weten wat daar gebeurd was. Ik heb daar twee uur lang alles gehoord en gezien en ik heb daardoor veel kunnen opsteken van wat er toen allemaal fout gelopen is. En dat heeft Fluxys dan niet meer kunnen verstoppen voor mij. Want zelf komen ze daar natuurlijk niet mee, hè. Daarom heb ik ook Fluxys zo zwaar kunnen aanpakken. De dag zelf, maar ook de dagen nadien op vergaderingen.

 Fluxys is volgens mij op dat moment echt zwaar uit de bocht gegaan. Dat kan echt niet, welk loopje ze daar hebben genomen met de veiligheidsmaatregelen.

 Nadien uitten bepaalde collega’s kritiek op uw communicatie naar de burgers toe. Vond u die kritiek terecht?

 Maar enfin, wat is dat nu? Dat gebeurt op een donderdag, een vakantiedag nota bene, om kwart voor twee en wij zouden dan onmiddellijk op onze website moeten zetten wat er allemaal aan het gebeuren is? Ik vond dat echt overdreven. Ik heb een paar schepenen gebeld en wij hebben uiteraard een crisiscentrum opgericht in het gemeentehuis.

 Wij zijn toen eerst begonnen met bedrijven op te bellen, mensen te evacueren, een noodcentrum te openen etc. Omwille van het feit dat het onmiddellijk in de media verschenen is, op radio en televisie, was volgens ons die gemeentelijke website niet echt nodig. De mensen konden zich zo wel informeren.

 Trouwens, Leuven, een stad die zes keer groter is dan Rotselaar, had ook niets op haar website geplaatst. Holsbeek evenmin. Dat kan je echt niet verwachten. Op dat moment primeert de veiligheid absoluut boven alles en niets anders.

Iets positiever nu. Volgende week gaat de jaarlijkse ticketverkoop van Rock Werchter weer van start. Hoe belangrijk is Rock Werchter voor uw gemeente?

 Rock Werchter is natuurlijk ontzettend belangrijk. Ten eerste is Rock Werchter een prachtig uithangbord voor onze gemeente. Vier dagen lang staat Werchter een klein beetje in de belangstelling van de hele wereld. Dat is iets zo unieks. Ook naar imagobuilding toe, dat kan je met niets anders beter doen.

 Ik zeg dikwijls als ik “achter Brussel ben” dat ik burgemeester van Werchter ben. Want Rotselaar, dat kennen ze daar toch niet. (lacht) Bovendien vind ik het eigenlijk echt plezant dat 80.000 jongeren het eerste weekend van de vakantie naar Werchter afzakken om te komen feestvieren. En al bij al vind ik dat die heel braaf zijn. Die luisteren toch zeer goed. Als wij vragen om genoeg zonnecrème mee te brengen, dan doen die dat gewoon. (lacht)

 

 

Ten tweede kunnen vele verenigingen door hun standen op Rock Werchter hun “jaar goed maken”. Die verenigingen hebben een drankstand buiten, een drankstand binnen, sommigen hebben een camping, anderen een parking, kortom, daar wordt toch serieus wat geld verdiend. En dat geeft hen de mogelijkheid om als vereniging een degelijke jaarwerking uit te bouwen. Dus ja, Rock Werchter is erg belangrijk.

 Tot slot…

Wat vond u de belangrijkste gebeurtenis van het afgelopen jaar voor België?

Voor mij zijn dat toch wel de verkiezingen, ja. Dat was wel een raar moment, vooral die uitslag dan. Hoe snel iets kan veranderen en hoe, in Vlaanderen, de kiezer echt wel “ne shopper” is, dat heeft toch serieus indruk op mij gemaakt. De Vlaming shopt en laat eigenlijk zijn stem niet meer afhangen van heel veel kennis. De Vlaming laat zich meer leiden door de stroom, door de richting van de wind.

Het idee van: “Zijn dat de “goei”? Ah, dan stem ik daarvoor.” Dat heeft me toch wel verbaasd, ja, dat alles zo snel kan veranderen in zulke grote mate.

Maar eigenlijk vind ik het wel gezonder dat de kiezer ontvoogd is en dat de kiezer stemt op wie hij op dat moment bekwaam vindt. Wij hebben zelf meegewerkt aan die ontvoogding. Dan merk je toch ook het grote verschil met Wallonië. Daar is dat helemaal nog niet zo. Men stemt daar nog al te vaak omdat men bij die ziekenkas is of bij die vakbond. Maar ja, helaas, het is wel in ons nadeel.

 Tot slot, wat wenst u België toe voor 2011?

 Nu is men te veel bezig met politieke spelletjes. Een jaar zonder politieke spelletjes, dus een jaar van politieke daden, ja, dat wens ik België toe.

 

Interview: Noëmie Machtelinckx